talent uit eigen land: marie mees.
Onlangs was ik op bezoek bij een grande dame van het textielontwerp: Marie Mees. Marie ontwerpt al meer dan 30 jaar textiel en heeft lang als freelancer gewerkt voor Casalis, Macy’s, Gandia Blasco, Esprit New York, Calvin Klein en ARTE. Niet de minste merken dus.
Sinds vorig jaar heeft Marie met Cathérine Biasino een eigen collectie uit de grond gestampt: the Alfred collection. Die textielcollectie bestaat uit beddengoed en tafellinnen. De proporties, patronen en kleuren zijn erg uitgepuurd en zorgen dat het textiel boeit maar ook niet snel gaat vervelen, en dus jaren meegaat. Een mooi signaal in een markt die - in navolging van de mode - steeds meer om 'fast fashion' en wegwerp lijkt te draaien.
Marie ontving me in haar prachtige atelier in het centrum van Gent, een tijdloos pand met grandeur dat toch gezellig is. Helemaal zoals de collectie dus.
batikk: Waarom ben je na al die jaren freelance werk eigenlijk zelf begonnen?
Marie Mees: Door ervaring op te doen voor verschillende klanten hebben Cathérine en ik gezien dat controle over elke stap in het proces zeer belangrijk is als je een perfect product wil maken. We wisten dus perfect wat we wilden: een bedrijf waar we alle touwtjes zélf in handen konden hebben. In the Alfred collection beheren we dan ook alles, van A tot Z: we praten over ontwerpen, maken schetsen en tekeningen, laten prototypes maken in de weverij, enzovoort. Tot het eindproduct de deur uitgaat. Zo zijn we zeker dat het goed is.
Hoe bouwen jullie de collectie op?
Dat gaat bij ons eigenlijk zeer intuïtief. We schetsen, wisselen ideeën uit, gaan terug naar de tekentafel, en bouwen zo verder. Ons criterium is: we moeten het alletwee graag zien. Dan - en alleen dan - is het goed. We zijn natuurlijk sterk op elkaar ingespeeld, dat helpt. The Alfred collection is een perfecte weerspiegeling van onze smaak. We gebruiken de collectie trouwens ook bij ons thuis.
Vanwaar de naam Alfred?
Die naam hebben we vrij spontaan gevonden. We zochten een eenvoudige naam, maar tegelijkertijd ook een mannelijke naam. We zijn zelf twee vrouwen dus een beetje evenwicht mocht wel (lacht). En het mocht ook niet té ‘design’ klinken. Uiteindelijk is het dus Alfred geworden. Achteraf hebben we dan de link met Alfred Hitchcock gelegd en onze producten naar vrouwen uit de films van Hitchcock genoemd.
Zijn er vormgevers die jullie bewonderen of met wie je een verwantschap voelt?
Mensen als Marie-José Van Hee, Martin Margiela, Ronan en Erwan Bouroullec, Maarten Van Severen ... Voor onze eigen catalogus, website en de visuele identiteit van onze collectie werken we samen met graficus Randoald Sabbe en fotograaf Ronald Stoops, die ons perfect aanvoelen.
Je hebt er al een heuse carrière opzitten. Zijn er bepaalde zaken die er voor jou uitspringen, waar je heel trots op bent?
Uiteraard the Alfred collection, dat spreekt voor zich (lacht). Maar ik ben ook zeer tevreden over de behangcollectie die Cathérine en ik voor ARTE ontworpen hebben. We hebben van hen volledige artistieke vrijheid gekregen, en het is een heel leuke samenwerking geworden. Architecten werken niet zo graag met behang of textiel, ze hebben een voorkeur voor geverfde, gladde muren. Maar met onze collectie zijn we er toch in geslaagd om bepaalde vooroordelen over behang te doorbreken en daar ben ik best trots op. Ik heb gehoord dat zelfs Renzo Piano onze collectie gebruikt heeft in een gebouw. Geweldig, toch?
>> Dit is het tweede deel van een interview dat ik voor meubelenproducent aiki gedaan heb. Het eerste deel gaat over Maries liefde voor het werk van Maarten Van Severen en kun je lezen op de website van aiki of op de aiki facebookpagina (even naar beneden scrollen)
(alle foto's copyright the Alfred collection - www.thealfredcollection.be)

